Hoewel Honey II standaard geschikt zou moeten zijn voor een dergelijke reis, heeft ze toch wel wat operaties moeten ondergaan. Valbeugels aan de zijkanten, beschermbeugels bij de handles en een beschermplaat onder het blok moeten haar tere lijfje beschermen tegen de woeste Afrikaanse wegen.
Ook de veren in de voorvork en de schokbreker achter zijn vervangen door sterkere exemplaren om zo rijder en bagage comfortabel en veilig weg te brengen, een taak die uiteindelijk volbracht zal worden dankzij de medewerking van de Michelin Anakee-banden die ik heb laten monteren.
Het standaard voorruitje blijft erop ondanks vele klachten van andere Varadero-bezitters over verkeerde windstroming bij hoge snelheden. Ik laat het liever zitten; rijwind als koeling voor mijn gezicht is zeer welkom en aangezien de snelheid niet veel hoger zal zijn dan 100 km/u zal de turbulentie ook wel meevallen.
Aan een andere steeds terugkerende klacht over de Varadero, het verbruik, kan ik niet veel doen. Tijdens mijn voorbereiding heb ik intensief gespeurd op het internet naar benzinepompen en ze allemaal aangegeven in mijn routeboek. Voor de langere stints waar ik geen pomp tegen denk te komen, neem ik vier jerrycans mee. Dit alles moet voldoende zijn. Zolang Honey II niet meer brandstof verbruikt dan haar baasje, maak ik me nog niet echt druk.

Om er zeker van te zijn dat ik het klein onderhoud zelf kan doen tijdens mijn reis, heb ik in de wintermaanden een cursus “onderhoud” gevolgd van het KNMV. Het is mijn bedoeling om in Kenia, wanneer ik halverwege ben en wanneer het zwaarste stuk erop zit, de motor eens goed langs te lopen voor een dubbelcheck.